Wil jij op de hoogte zijn én blijven van het laatste nieuws van de Paul van Vliet Academie?
Ga dan supersnel naar onze facebook pagina (link hieronder)

Paul van Vliet Academie

de opleiding kent een fulltime-traject van 3, en een parttime-traject van 4 jaar. Daarnaast is er een extra jaar voor gevorderden. Paul van Vliet is de supervisor van de inhoud van de academie.
Paul van Vliet Academie
Paul van Vliet Academie
Met dank aan Anita Stevens, onze eerste afgestudeerde ooit. Een half uur thuistheater van Paul, die vandaag jarig is.
Hartelijk gefeliciteerd, en op maar de 100!

https://youtu.be/csc3816MXxU
Paul van Vliet Academie
Huiskamervoorstelling Paul van Vliet
Op 14 mei vond Paul zijn eerste LiveStream huiskamervoorstelling plaats speciaal voor het Paul van Vliet Fonds.
youtube.com
Paul van Vliet Academie
Paul van Vliet Academie
Hoewel wij voor geen enkele financiële ondersteuning in aanmerking zijn gekomen, bestaan we nog. Vrijdag 4 september zijn we weer doorgegaan met waar we gebleven waren, en opnieuw begonnen met nieuwe studenten.
Zelfstandig zijn en in alle vrijheid willen werken kost soms veel geld en energie, maar geeft juist ook de kracht om ondanks alles door te gaan. We zijn opnieuw begonnen, aan het studiejaar waarin wij 10 jaar bestaan.

https://youtu.be/KLe2n6K3Rqs
Paul van Vliet Academie
Paul van Vliet - Ik ben zo vaak opnieuw begonnen
Songtekst - Ik ben zo vaak opnieuw begonnen Ik ben zo vaak opnieuw begonnen En niet zo'n beetje nieuw, maar radicaal Ik heb zo vaak iets nieuws verzonnen Waa...
youtube.com
Paul van Vliet Academie
Paul van Vliet Academie
125 JAAR CABARET IN NEDERLAND.
Wij zetten de traditie voort. Aanmelden voor het nieuwe studiejaar kan nog: www.paulvanvlietacademie.nl. Je bent van harte welkom!

Jacques Klöters schreef op Facebook het historische verhaal:

Ik moest vanmorgen denken dat vandaag 125 jaar geleden het cabaret begon met Eduard Jacobs. Hij was in Parijs portier geweest, pianist in een dansschool en later muzikaal begeleider in het beroemde danslokaal de Moulin Rouge. Hij was een grote fan geworden van Aristide Bruant en van Yvette Guilbert op zijn tochten langs diverse cabarets waaronder de Chat Noir. Volgens sommigen leek hij zelfs uiterlijk op een zwarte kat.

“Zwarte snor, hoog op. Zijn hoofd was kaal, zijn ogen waren bijtend, zijn stem snijdend. ’t Was uiterlijk een en al hatelijkheid, innerlijk misschien één en al goedheid. Iets satanisch had hij over zich, maar als je onder de piano keek, waarbij hij zich staande begeleidde, zag je in plaats van de bokkenpoot ’n paar gelakte schoenen.”

Deze 27 jarige man zou in 1895 in Amsterdam gaan doen wat Aristide Bruant in Parijs deed: “Hij striemde het hem betalende publiek, hij zong het hatelijke liedje van “Het aristokraatje”, hij hekelde de prostituerenden en de prostituees”

In 1895 bezocht Rodolphe Salis met zijn COMPAGNIE DU CHAT NOIR Amsterdam. Jacobs werd aan het gezelschap toegevoegd, regelde van alles voor hen, was erbij op de gezellige nazitten en zong dan zelf soms ook wat, staande aan de piano. De Fransen moedigden hem aan om vaker op te treden en dat deed hij ook. Bijvoorbeeld in de grote olifant op het Museumplein tijdens de wereldtentoonstelling van het Internationale Hotel- en Reiswezen in 1895. Het was net zo’n olifant als in de tuin van de MOULIN ROUGE stond. Boven in was een Bierstube te vinden en daarin zong de exploitant Koch wel eens Duitse liedjes. Koch wilde voor de duur van de tentoonstelling ergens in de buurt een nachtsociëteit openen. De tentoonstellingsbezoekers zouden immers graag nog even afzakken naar de nieuwe buurt YY met zijn kroegjes en zijn erotisch amusement.

Buurt YY, het Montmartre van Amsterdam, lag naast het Rijksmuseum, tussen de Ruysdaelkade en de Amstel, rondom de Ceintuurbaan. In deze nieuwe buurt YY die vanwege de lange smalle straten ook de Pijp genoemd werd, waren schildersmodellen te vinden, hoeren, bordelen, dubieuze sociëteiten en café-chantants. Zo’n sociëteit was gewoon een café dat het sluitingsuur omzeilde.
Een joods-russische emigrant, Abraham M. Herzberg, huurde in de Quellijnstraat 64 een benedenhuis met souterrain. Hij wilde tijdens de wereldtentoonstelling beneden wel die nachtsociëteit beginnen. Toen de vaste pianist op zekere avond niet verscheen, zat Eduard Jacobs toevallig in het zaakje. Hij zong wat gewaagde Franse liedjes en had er veel succes mee. De exploitant bood hem meteen twee gulden vijftig per avond vast en het recht op rondgang. Jacobs mocht dus fooi ophalen. Op 19 augustus 1895 begon zijn contract en die dag wordt beschouwd als de geboortedag van het Nederlandse cabaret.

J.H.Altona schreef onder het pseudoniem Adam Belder een boekje, Op de vlakte, waarin hij zich een goede gids toont voor het Amsterdamse uitgaansleven van 1900. „Als we eens naar de „Vieze" gingen." En allen gaan ze de Jacob van Campenstraat in, naar de „Habs", waar de champagne al klaar staat en de sodawiskey bij de hand wordt gezet om de dorstige kelen te laven. In de stille straat sterft hun luidruchtigheid langzaam weg.... In het vervelende nieuwerwetse straatje, twintig huizen onder éen kroonlijst, in een souterrain van een onaanzienlijk huis, is de artistensocieteit de Sphinx. Het publiek dat deze zaak bezoekt, bestaat uit “een vreemd mixtum compositum. Nachtlopers, boemeltypen, die eerst tegen de avond zichtbaar worden — azend op een vuile mop of de mogelijke verschijning van 'n „knappe molen". Dan studenten.... artisten ... . heel of halve acteurs.... in het kort, leden van de kleine intellectuele Bohème van Amsterdam.” Je gaat een stenen trapje af, staat voor een deur met een luikje waardoor je opgenomen wordt. Er is een portaaltje, weer een trapje af en daarna sta je in de gang van het souterrain. Een opening met een gordijn en dan het zaaltje. Boven dat eerste cabaret woont dus de eigenaar Abraham Herzberg. Zijn zoontje, de latere advocaat en filosoof Abel Herzberg, rijdt overdag op een kinderfietsje tussen de café-tafels waar de stoelen bovenop gestapeld staan. Herzberg heeft weinig plezier van zijn investering in deze nachtsociëteit. Zijn schoonfamilie nam aan dat er in de zaak, net als in de café-chantants in de Nes, wel gelegenheid tot seks zou worden geven. De reputatie van Herzberg zou nog jaren later een tikkeltje suspect blijven. Maar had de lasterende familie helemaal ongelijk? Wat gebeurde er achter het cabaret van “de Vieze” in het tuinhuisje?

Eduard Jacobs bracht iets totaal nieuws in Nederland. Hij verbijsterde de nachtelijke fuifnummers met realistische liederen van een ongekende rauwheid:

Zij had hem lief met hart en ziel
Zij wist niet dat ze van hem beviel
Zij wist niet wat haar was overkomme
God zal hem verdomme!

Jacobs gedroeg zich anders als andere artiesten. Na de liedjes klonk meestal geen applaus, want dat beviel hem niet. Fooien waren bij Jacobs alleen welkom als ze groot genoeg waren. “Onder het zingen leek het of de kleine Jacobs groter werd; onder zijn spiegelgladde schedel flonkerden zijn ogen van verontwaardiging, waartoe zijn eigen lied hem opzweepte, of keken somber en dreigend, als hij zijn schrikkelijke, bijtende, sarcastische waarheden het kleine zaaltje in donderde. Komisch bijna was de stuntelige manier, waarop hij na een paar van die beklemmende liedjes met 'n bakje rond ging, waarop guldentjes werden gelegd, een enkel maal door een royaal heerschap wel eens rijksdaalders of tientjes. Het was al ver over vijven, toen de heren eindelijk weer op straat stonden.»
Jacobs had van Bruant en Salis begrepen dat de cabaretier nooit onderdanig mag zijn. Het was meer declameren dan zingen wat hij deed. Zijn stem klonk honend, ironisch of pathetisch en hij had een uitstekende voordracht. Van eigenlijke begeleiding was geen sprake, de pianomuziek zette accenten bij zijn woorden. “Franse liedjes uit de Chat-Noir, Hollandse zelfgemaakt op allerlei— vaak nieuwe wijzen — geselend de misstanden onzer maatschappij, geselend al het redeloze gedoe van een grote stad — het vieze, gorige leven van zovelen, uitvarend vooral tegen de kanker van prostitutie, tegen de uitwas van souteneurs en maquereau's [pooiers] vooral.”

Jacobs zingt over de Zeedijkmeiden, een voor die tijd huiveringwekkend realistische beschrijving van het vieze, vuile gedoe op de laagste trede van de prostitutie en het publiek is er doodstil van geworden. Hij vervolgt met 'Hoe menig vrouw hoer werd' en met het prachtige lied 'Op de Ruysdaelkade' waarin het leven van een hoer en haar pooier beschreven wordt:
Jacobs was een kenner van het milieu en zong zijn liedjes in dat milieu of de aanwezige hoeren, pooiers en hoerenlopers het leuk vonden of niet. Hun eigen wereld werd er vertoond, beschimpt, bespot. Ze kregen het voor hun kiezen, de lellen

Wie gaat met elke vent naar ’t nest
Zelfs al heeft ze aan hem de pest?
De lellen!
Om liefde heeft ze nooit gemaald
De hoofdzaak is dat-ie betaalt
De lellen!

De prostitutie-kwestie

Jacobs getuigende liedjes moeten gezien worden tegen de achtergrond van de discussie die in de maatschappij aan de gang was over de prostitutie. De liberalen hadden prostitutie als een noodzakelijk kwaad gezien, het op zijn beloop gelaten en alleen wat regels ingevoerd om geslachtsziekten tegen te gaan. Maar er was een tegenbeweging gekomen in het laatste kwart van de 19e eeuw van vooral christelijke groeperingen die in de prostitutie zonde zag en een vorm van slavernij. Ze streefden naar afschaffing.
Ook onder het gewone volk waren er die zich tegen het kwaad van de prostitutie keerden. Op straat verschenen Middernachtzendelingen die de praktische kant van de prostitutiebestrijding op zich namen. Ze liepen door de rosse buurten, deelden pamfletten uit, noteerden huisadressen van hoerenlopers of hielden ze staande met de woorden: “Meneer denk aan uw leven, uw lichaam en uw ziel”
De Middernachtzendelingen werden gehaat in de prostitutiewereld, ze werden bespot en mishandeld.
De afschaffers boekten successen, waarschijnlijk geholpen door een wat grotere preutsheid die in het laatste decennium van de 19e eeuw opkwam, maar zeker door het rapport over de prostitutievraagstuk dat in opdracht van de gemeente Amsterdam in 1897 werd uitgebracht. De sociëteit waar Eduard Jacobs optrad werd daarin ook nog genoemd. “Achter De Kuil bevindt zich een tuinhuisje waar mannen en vrouwen zich kunnen afzonderen". De schoonfamilie van Herzberg had met reden bedenkingen gehad tegen de activiteiten van Herzberg in de Pijp. De Kuil was een uiterst onfatsoenlijke zaak waar de hoeren niet alleen naar toegingen uit culturele overwegingen.

Jacobs echt of vals ?

De liedjes van Jacobs waren choquerend en dat bleek ook de attractie te zijn. Moest dat nou? Kon hij het niet wat subtieler brengen, waarom dat vuilbekken en vloeken? Er ontstond meteen een discussie over hem die in de loop van de cabaretgeschiedenis voortdurend terug zou keren. Was Jacobs een getuigende zanger die de uitwassen van de prostitutie bestreed, zoals de middernachtzendelingen en heilsoldaten dat deden? Was hij een echte, authentieke ‘minstreel van de mesthoop’ zoals Alex de Haas hem noemde of een valse viespeuk die alleen maar wilde choqueren òm het choqueren en alleen op geld uit was.

Zelf probeerde hij zijn bedoeling duidelijk te maken door een gesproken inleiding op zijn optreden. Hij wees op het ongegeneerde van zijn taalgebruik en maakte duidelijk
dat hij met zijn liedjes wantoestanden aan de kaak wilde stellen.

Was Eduard Jacobs, behalve een zingend mannetje in een nachtsociëteit, eigenlijk niet ook een kunstenaar die tussen de schrijvers en schilders van het naturalisme genoemd moet worden? Waren hun thema’s ook niet zijn thema’s? Hij had in zijn liedjes aandacht voor de sloebers van de laagste klasse
Jacobs had net zoals de jonge schrijvers van die tijd een deterministische blik: Als je uit zùlke ouders was geboren :
D’r vader had ze nooit gekend
Dat was misschien zo’n vieze vent
Bij d’r moeder kwam ’n hele rij
Uit buurt YY
En opgroeide in zò’n milieu:
Zo slenterde ze steeds in de buurt
Zo heeft ze alles afgegluurd
De moeder liet d’r ook maar vrij
In buurt YY
Dan moest je wel zó terecht komen:
Later werd ze zeer geraffineerd
Die moeder, die had ‘r veel geleerd
Die stierf in ’t Gasthuis, misschien eens ook zij!
O! Buurt YY!

Net als de moderne jonge schrijvers laat hij de verdierlijking zien van de lagere klassen, ‘het nachtelijk schuim en slijk’, zoals hij die noemt in zijn Ballade aan de Pijp. Vooral toont hij graag de hypocrisie van de betere standen. Hij beschrijft de deftige oude heren - De ouwe bokken - die jonge meisjes betasten:

De Kerk telt ze onder haar getrouwen,
Ze steunen zelfs gevallen vrouwen,
Die zij zelf met hun bloedgeld lokken . . .
Van ouwe bokken. Bah ! Stinkbokken ! !!

Voor die tijd gewaagde thema’s als overspel en echtbreuk komen volop voor bij Jacobs en de liefde is vrijwel altijd verbonden met geldelijk gewin, met baatzucht, echte liefde blijkt steeds onmogelijk in zijn liedjes.

De tijdgenoten van Eduard Jacobs waren het niet eens of hier nu een echte kunstenaar aan het werk was of een charlatan. Herman Heijermans beschreef hem in een van zijn romans
als een vuilbek, een artiest voor eerste- en tweedejaarsstudenten die geld teveel hebben en voor de zielige nachtvlinders die hen vergezellen. Is Jacobs een echte originele kunstenaar? Welnee: 't Is een rotte nabootsing van de rotte Chat Noir, gewild-smerig, gezegd met fluwelen tong, uitgespogen met de lust, alleen om de lust van het spuwen. Een varken dat in een mesthoop wroet is smakelijker beest dan een man die avond aan avond voor z'n brood ploetert in erotische dierlijkheden – bij applaus van ploerten. Hohoho ! Hahaha! '`Bravo ! Bravo !'
De eerste theaterrecensent die Jacobs besprak was J.C.Schröder van de Telegraaf die zich Barbarossa noemde en zeer gevreesd was. “Een groot wijsgeer deze Jacobs, want in elk van zijn coupletten zit meer levenswijsheid dan in een boekenkast vol 'Ethische Fragmenten', en ze zijn niet zo taai.
Ook Adam Belder vraagt zich af in zijn boek Op de Vlakte of de attractie van Jacobs alleen de vuiligheid is. Hij denkt genuanceerder “Voor de boemelaars het vuile, voor de
bohème de bedoeling — voor allen een artistiek genot — voor zover zij er tenminste vatbaar voor zijn.”
Deze gids voor uitgaansleven beveelt Jacobs van harte aan “Als ge de Sphinx niet kent lezer, ga er dan heen, gij zult het u niet berouwen. Ge zult er een intellectueel en artistiek leven vinden, dat gij niet in Amsterdam verwachtte, iets heel
aparts iets dat Amsterdam werkelijk tot wereldstad maakt.” Belder gelooft dat deze getuigende zanger wel degelijk oprecht is. “Jacobs is overtuigd van zijn roeping, bewust van het feit, dat hij door zijn simpele liedekens meer doet om de prostitutie te benadelen dan vele verenigingen van oude dames en dominees, die iets bestrijden, dat zij slechts van horen zeggen kennen.”

Maar ja, blijft het feit dat Jacobs zingend de prostitutie bestreed met drie meter achter zijn rug het tuinhuisje waar gelegenheid gegeven werd…
Paul van Vliet Academie
Paul van Vliet Academie
Tot 2 september a.s. kun je je nog aanmelden voor het nieuwe studiejaar bij de enige geheel zelfstandige, onafhankelijke professionele cabaret- en kleinkunstopleiding van Nederland. Je ben van harte welkom.
Paul van Vliet Academie
Paul van Vliet Academie updated their cover photo.
Wil jij een podiumbeest worden? Zoek je een opleiding om je als cabaretier, kleinkunstenaar of entertainer te ontwikkelen? Een plek waar jouw talent voorop staat? Kies voor de Paul van Vliet Academie!
Paul van Vliet Academie
Paul van Vliet Academie
Wil jij van cabaret je vak maken? Je in de kleinkunst of als entertainer ontwikkelen? Kies voor de Paul van Vliet Academie!
https://www.paulvanvlietacademie.nl/algemeen/

Studenten openen hommage

Natuurlijk is opnames maken in DeLaMar strikt verboden maar we zijn toch blij dat iemand per ongeluk op 'video' drukte ipv 'foto', en zo een stuk van 'De Aardappeleters heeft vastgelegd. De opening van de Hommage aan Paul van Vliet, door...

Gemeente Den Haag eert tachtigjarige Paul van Vliet

Ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van cabaretier Paul van Vliet, op 10 september, organiseren de Centrale Bibliotheek en het Haags Gemeentearchief een unieke tentoonstelling: ‘Paul van Vliet – Zijn optocht door de tijd’. De tentoonstelling in de bibliotheek...

NPO Opium

Te gast zijn choreograaf Hans van Manen, cabaretier Paul van Vliet, zangeres Louise Korthals en presentatrice Daphne Bunskoek. Museumdirecteur Axel Rüger bezoekt de expositie 'Alexander, Napoleon & Joséphine' in de Hermitage in...